Fiano di Avellino is de witte wijn van de heuvels van Irpinia: strogeel met een gouden gloed, honing en hazelnoot in de geur, gele appel en een licht rokerige ondertoon eronder. In de mond vol en breed, maar met een zuurgraad die hem strak houdt — die twee tegelijk, zonder dat de wijn zwaar wordt, is het handschrift van Fiano.
In het kort
| Kleur | Strogeel, met een gouden gloed naarmate de wijn rijpt |
| Geur | Honing, hazelnoot, gele appel, een licht rokerige ondertoon |
| Smaak | Vol van textuur, hoge zuurgraad, lange kruidige afdronk |
| Druiven | Fiano, minimaal 85% |
| Streek | De heuvels rond Avellino, Irpinia |
| Serveertemperatuur | 10–12 °C |
Dezelfde heuvels als Taurasi
Fiano di Avellino groeit op dezelfde vulkanische en kalkhoudende heuvels als Taurasi, op enkele honderden meters hoogte rond de stad Avellino. Die hoogte houdt de nachten koel, waardoor de druif zijn zuurgraad behoudt terwijl hij overdag volop rijpt.
Dat samenspel geeft Fiano zijn ongebruikelijke combinatie: een volle, bijna vette textuur mét genoeg zuur om jarenlang in balans te blijven. Zeldzaam voor een witte wijn uit het zuiden van Italië.
Een witte wijn die wint met de jaren
Fiano di Avellino kreeg in 2003 de DOCG-status. De wijn wordt doorgaans zonder houtrijping gemaakt, zodat de aroma’s van de druif zelf op de voorgrond blijven. Het karakter komt van rijpe druiven, koele nachten en een zorgvuldige, koele vergisting — niet van een technische ingreep achteraf.
Wat deze wijn bijzonder maakt, is dat hij met een paar jaar fles eerder wint dan verliest. Een eigenschap die je bij weinig andere zuidelijke witte wijnen vindt.
Wat je op het etiket ziet
Zoek naar “Fiano di Avellino DOCG” en let op de jaargang: een fles van zes tot acht jaar oud is vaak een ander, rijker glas dan dezelfde wijn jong gedronken. Fiano wordt soms ook als losse druif buiten Avellino gebruikt (IGT); alleen binnen de afgebakende DOCG-zone en met minimaal 85% Fiano mag de naam Fiano di Avellino op het etiket.
Wat je erbij eet
Mozzarella di bufala, pizza marinara of margherita, gerechten met zeevruchten.
Waarom dat werkt: de hoge zuurgraad snijdt door het vet van de bufala en de olijfolie, terwijl de volle textuur de romigheid van het gerecht spiegelt in plaats van ertegen te vechten.
Verder leren
Fiano di Avellino staat in week 13 van de Opleiding Italiaanse Gastronomie, naast een bord uit dezelfde streek — want keuken en wijn leer je bij ons niet als twee vakken maar als één geheel. Hoe een lesweek eruitziet, staat op de pagina over onze leermethode.
De streek waar hij vandaan komt: Campanië — de wijnen, de gerechten en waarom ze bij elkaar horen.