Wijn drinken kan iedereen. Wijn proeven is iets anders: je vertraagt, en je kijkt wat er precies gebeurt. Het goede nieuws is dat je daar geen talent voor nodig hebt. Je hebt een volgorde nodig, en de wil om op te schrijven wat je merkt.
Vier stappen, altijd dezelfde. Wie ze een paar keer doorloopt, merkt dat de wijn vanzelf meer gaat vertellen.
Voordat je begint
Zorg voor een schone mond — koffie, munt en pittig eten leggen een deken over alles wat daarna komt. Schenk klein in, een derde glas, zodat je kunt walsen zonder te morsen. En zet een witte achtergrond neer, desnoods een servet: tegen een gekleurde tafel schat je elke kleur verkeerd in.
Houd het glas bij de steel vast. Niet uit etiquette, maar omdat je hand de wijn opwarmt.
1. Kijken
Kleur en helderheid, tegen die witte achtergrond. Bij rood: hoe dieper de kleur, hoe dikker de schil van de druif meestal was. Let vooral op de rand. Een jonge rode wijn heeft een paarse rand, een oudere een oranje of bruinige — dat is het snelste leeftijdssignaal dat je hebt.
En let op: kleur zegt niets over kracht. Barolo is vaak de bleekste rode wijn op tafel en tegelijk de zwaarste van structuur.
2. Ruiken
Ruik twee keer. Eerst zonder te bewegen: dat zijn de vluchtigste geuren, en daar zit vaak het fruit. Wals dan het glas en ruik opnieuw — nu komen de zwaardere lagen los, de kruiden, het hout, de aarde.
Het verschil tussen die twee momenten is het halve werk. Korte snuiven werken beter dan diep inademen; van een diepe haal ruik je vooral alcohol.
3. Proeven
Neem een slok en laat hem even liggen. Adem voorzichtig door je mond: de geur komt dan via je keel opnieuw bij je neus, en dat is waar het meeste smaakgevoel vandaan komt.
Zoek twee dingen die je niet proeft maar voelt. Watertanden is zuur. Droogte in je wangen en aan je tandvlees is tannine. Noteer welke van de twee wint, en je hebt de wijn grotendeels te pakken.
4. Oordelen
Niet "lekker of niet", maar: is het in balans? Staat er genoeg fruit tegenover dat zuur, en genoeg vlees om die tannine te dragen? En hoe lang blijft het hangen nadat je geslikt hebt — drie seconden of vijftien?
Schrijf het op. Twee regels per wijn is genoeg, maar schrijf concreet: "prikkende mousse, kort" zegt meer dan "fris". Wie tien wijnen heeft opgeschreven, begint patronen te zien die bij de eerste drie nog onzichtbaar waren.
Proef je er meer op een avond?
Werk dan van licht naar zwaar, en van droog naar zoet. Spuug gerust — bij een serieuze proeverij is dat geen onbeleefdheid maar de enige manier om bij glas acht nog iets te merken. En drink water tussendoor.