Blok 5 · week 15 van de opleiding

Sicilië: de Etna, pasta alla Norma en het zoetzuur

Sicilië lag altijd op de route. Grieken, Romeinen, Arabieren, Noormannen, Spanjaarden — iedereen kwam langs, en iedereen liet iets achter in de keuken. De Arabieren brachten citrus, rijst, saffraan, suikerriet, amandel en aubergine. De Spanjaarden brachten de tomaat en de paprika uit de Nieuwe Wereld. Wat je nu Siciliaanse keuken noemt is een stapel van duizend jaar bezoek.

Deze pagina volgt de vijftiende en laatste week van onze opleiding Italiaanse Gastronomie: de fles die de cursisten thuis proeven, de gerechten die op de praktijkdag op tafel komen, en het inzicht dat daarna blijft hangen.

Etna Rosso

Etna Rosso is de vreemdste wijn van Italië. Wijngaarden liggen tot ruim duizend meter hoog op een actieve vulkaan, op zwarte lavagrond, met stokken die soms meer dan honderd jaar oud zijn omdat de druifluis het hier nooit redde. De druif is nerello mascalese, en het resultaat is bleek, geurig en hoog in zuur, met rode kers, viooltje, kruiden en een rokerig-mineraal randje. Blind geschonken gokken de meeste mensen op Bourgogne of Nebbiolo — nooit op Sicilië.

Dat is precies het punt: hoogte werkt als een koeler klimaat. Vierhonderd meter lager, aan de voet van dezelfde berg, zou dezelfde druif een zware, logge wijn opleveren.

Agrodolce: zoet en zuur in één hap

Dit is het inzicht van de week. De Arabische erfenis op Sicilië is niet alleen een lijstje ingrediënten maar een smaakprincipe: agrodolce, zuur en zoet tegelijk. Azijn en suiker, rozijnen en kappertjes, pijnboompitten en ui.

Je vindt het in caponata, in sarde a beccafico, in de zoetzure pompoen. Het is dezelfde gedachte als achter de Venetiaanse sarde in saor — ook een havenstad, ook eeuwenlang handel met het oosten. Twee uiteinden van Italië die op dezelfde manier koken omdat ze met dezelfde schepen te maken hadden.

Twee gerechten

Pasta alla Norma. Aubergine, tomaat, basilicum en ricotta salata, vernoemd naar de opera van Bellini, die uit Catania kwam. De aubergine wordt gefrituurd, niet gestoofd — dat is het verschil tussen een gerecht met structuur en een papje. Zouten en uit laten lekken voor je hem bakt, anders zuigt hij olie op als een spons.

Arancini. Bollen saffraanrijst met een vulling van ragù en erwten of van ham en kaas, gepaneerd en gefrituurd. In Catania heten ze arancini en zijn ze kegelvormig als de Etna; in Palermo heten ze arancine en zijn ze rond als een sinaasappel. Over welke van de twee juist is wordt op het eiland nog altijd ruzie gemaakt.

Cheat sheet · week 15

Sicilië in het kort

Etna Rosso — nerello mascalese op lavagrond, tot boven duizend meter. Bleek, geurig, hoog zuur, rokerig-mineraal.

De gerechten — pasta alla Norma (aubergine frituren, niet stoven), arancini (saffraanrijst, vullen, paneren, frituren).

De techniek — agrodolce: zuur en zoet in één gerecht.

Onthoud dit. Hoogte doet op de Etna wat breedtegraad elders doet. Op duizend meter houden koude nachten het zuur en het aroma vast, en daarom smaakt een wijn van een Siciliaanse vulkaan eerder noordelijk dan zuidelijk.

Wat drink je waarbij

Verder leren

Sicilië sluit de vijftien weken van de Opleiding Italiaanse Gastronomie af, waarin je keuken en wijn niet als twee vakken leert maar als één geheel — van Italiaanse koks en Nederlandse sommeliers, met elke maand een praktijkdag in de kookstudio. Hoe een lesweek eruitziet, staat op de pagina over onze leermethode.

Het andere eiland is Sardinië, en dat kookt volledig anders. De rest van het zuiden: Campanië en Puglia.

Verdieping

Wijnen uit Sicilië

Leer het zelf, van keuken tot glas

Sicilië is een van de streken in de Opleiding Italiaanse Gastronomie: keuken en wijn als één geheel, met elke maand een praktijkdag in de kookstudio.

Bekijk de opleiding Gratis studieadvies

Zelf aan de slag? Download gratis de proefkit met smaakwiel en proefformulier.