In het noorden van deze regio wordt Duits gesproken en heet het Südtirol; in het zuiden Italiaans, en dan heet het Trentino. Dat is geen formaliteit maar iets wat je op het bord terugziet: knoedels en speck naast pasta en polenta, roggebrood naast focaccia, appelstrudel als streekgerecht en niet als import. Twee keukens die naast elkaar bestaan zonder in elkaar op te gaan.
Deze pagina volgt de zesde week van onze opleiding Italiaanse Gastronomie: de twee flessen die de cursisten thuis proeven, de drie gerechten die op de praktijkdag op tafel komen, en het inzicht dat daarna blijft hangen.
Gewürztraminer en Lagrein: aroma en structuur
Alto Adige Gewürztraminer is de meest herkenbare witte wijn die je een beginner kunt voorzetten. Diep strogeel, en in de neus rozen, lychee en een zoete specerij. Vol in de mond, met een licht olieachtige structuur, en toch droog — wat veel mensen niet verwachten, omdat het aroma zoet suggereert. De druif is vernoemd naar het dorp Tramin, dat in deze regio ligt.
Alto Adige Lagrein is de inheemse rode druif en het tegenovergestelde: donker paarsrood, bramen en viooltje, stevige tannine en een bittertje in de afdronk dat erbij hoort en geen fout is. Lagrein heeft een familieband met syrah via teroldego, ook een druif uit deze streek. Hij vraagt vet vlees of oude kaas naast zich, anders komt die tannine hard aan.
Hoogte werkt als een koeler klimaat
Dit is het inzicht van de week. Wijngaarden hier liggen tot ver boven de vijfhonderd meter, en hoe hoger je komt, hoe kouder de nachten. Die koude nachten zijn precies wat een druif nodig heeft om zuur vast te houden en aroma op te bouwen, terwijl de zon op de steile zuidhellingen overdag zorgt voor voldoende rijpheid.
Daarom kun je in een land als Italië, dat op papier veel te warm is voor frisse aromatische witte wijn, toch Gewürztraminer maken die niet log wordt. En daarom komt diezelfde combinatie van hoogte en zon later in de opleiding nog terug, bij de Valtellina en op de Etna. Hoogte is het antwoord op warmte.
Drie gerechten uit de Alpen
Canederli in brodo. Knoedels van oud brood, melk, ei en speck, die in bouillon gaar worden getrokken. Cucina povera in de zuiverste vorm: hier wordt niets weggegooid. De kunst zit in de bindkracht — te veel vocht en ze vallen uiteen in de pan, te weinig en je eet een bal deeg. Eén proefknoedel vooraf is geen luxe maar standaardprocedure.
Carne salada con fagioli. Rundvlees dat dagen in zout, laurier, knoflook en peper ligt, en dat daarna dun gesneden wordt gegeten — rauw of kort gebakken — met bonen erbij. Het is geen marinade maar een pekeling: het zout trekt water uit het vlees en verandert de structuur. Trentino’s antwoord op bresaola, en ouder dan de koelkast.
Strudel di mele. Deeg dat je zo dun uittrekt dat je er een krant door kunt lezen, gevuld met appels uit de dalen, rozijnen, kaneel en paneermeel. Dat paneermeel is geen vulmiddel maar techniek: het vangt het vocht van de appels op, zodat het deeg niet doorweekt. Dezelfde strudel als in Wenen, maar hier is het een streekgerecht.
Cheat sheet · week 6
Trentino-Alto Adige in het kort
Alto Adige Gewürztraminer — rozen, lychee en specerij. Vol, licht olieachtig, en droog ondanks het zoete aroma.
Alto Adige Lagrein — inheemse rode druif. Donker, bramen en viooltje, stevige tannine met een bitter randje.
De drie gerechten — canederli in brodo (knoedels van oud brood), carne salada con fagioli (rundvlees pekelen), strudel di mele (deeg doorschijnend uittrekken).
De techniek — pekelen en binden: zout dat structuur verandert, brood dat vocht vasthoudt.
Onthoud dit. Hoogte doet in de wijngaard wat een koeler klimaat doet: koude nachten houden zuur en aroma vast, de zon op de helling zorgt voor rijpheid. Daarom kan een warm land toch frisse, aromatische witte wijn maken.
Wat drink je waarbij
- Gewürztraminer bij de canederli. Het aroma tilt een verder bescheiden gerecht op, en het zuur kan tegen de speck.
- Lagrein bij de carne salada. Tannine tegenover gepekeld vlees en bonen: stevig tegen stevig.
- Gewürztraminer bij de strudel. Niet de droge versie maar een late oogst, als je die kunt vinden — appel, kaneel en lychee liggen dichter bij elkaar dan je denkt.
Verder leren
Trentino-Alto Adige is de zesde van vijftien weken in de Opleiding Italiaanse Gastronomie, waarin je keuken en wijn niet als twee vakken leert maar als één geheel — van Italiaanse koks en Nederlandse sommeliers, met elke maand een praktijkdag in de kookstudio. Hoe een lesweek eruitziet, staat op de pagina over onze leermethode.
De rest van het noordoosten: Veneto en Friuli-Venezia Giulia.