Lagrein is de donkere, stevige rode wijn van Zuid-Tirol: diep paarsrood, met een geur van bosbes, braam en viooltjes en een vleug kruidnagel. Van precies dezelfde druif wordt ook een frisse rosé gemaakt. Twee wijnen, één druif — en op het etiket zie je welke je in handen hebt.
In het kort
| Kleur | Dieprood tot paars (Scuro), of helder roze (Rosato) |
| Geur | Bosvruchten, viooltjes, een vleug kruidnagel |
| Smaak | Stevig en sappig, met forse tannine bij de rode versie |
| Druif | Lagrein (100%) |
| Streek | Alto Adige DOC, van oudsher de wijk Gries bij Bolzano |
| Serveertemperatuur | 16–18 °C (rood), 10–12 °C (rosé) |
Twee stijlen, en hoe je ze uit elkaar houdt
Lagrein Scuro — in het Duits Dunkel, donker — is de rode, krachtige versie: vrijwel ondoorzichtig, met rijpe tannine en donker bosfruit. Lagrein Rosato, in het Duits Kretzer, is de lichtere roze variant: helder, levendig, hetzelfde fruit maar zonder die tanninekracht.
Omdat Alto Adige tweetalig is, staat op het ene etiket Scuro en op het andere Dunkel terwijl er hetzelfde in zit. Wie dat weet, kiest in de winkel een stuk sneller.
Gries, de wijk waar het begon
Lagrein wordt van oudsher geassocieerd met Gries, een wijk vlak bij Bolzano. Daar ligt de druif al eeuwen op de warmere, lager gelegen bodems van het dal — niet hoog tegen de hellingen zoals de witte druiven van de streek, maar beneden in de vallei, waar het warm genoeg wordt om hem volledig rijp te krijgen.
Dat verschil in ligging verklaart waarom één streek zulke uiteenlopende wijnen voortbrengt: beneden donker en stevig, boven fris en aromatisch.
Waar de kleur en de tannine vandaan komen
Voor de Scuro-stijl blijft de most lang in contact met de schillen. Kleur en tannine worden daarbij volop onttrokken, en de wijn rijpt vervolgens vaak deels op hout om die stevige structuur wat te temmen.
Voor de Rosato gaat het precies andersom: de schilcontacttijd wordt kort gehouden, zodat alleen een lichte kleur en het frisse fruit meekomen, zonder de tannine van de rode versie. Zelfde druif, zelfde wijngaard, andere keuze in de kelder.
Wat je op het etiket ziet
Zoek naar “Alto Adige DOC” gevolgd door “Lagrein”. Staat er “Scuro” of “Dunkel” bij, dan heb je de rode stijl; bij “Rosato” of “Kretzer” de rosé. Een vermelding van Gries wijst op het historische kerngebied bij Bolzano.
Wat je erbij eet
Bij de rode Scuro: langzaam gegaard donker vlees, stoofschotels en wild — de bergkeuken van Trentino-Alto Adige. Bij de Rosato: worst, spek of een eenvoudige polenta.
Waarom dat werkt: de tannine van de Scuro heeft vet en gelatine nodig om zacht te worden. Zet er iets magers naast en de wijn blijft stroef in de mond.
Verder leren
Lagrein staat in week 6 van de Opleiding Italiaanse Gastronomie, naast een bord uit dezelfde streek — want keuken en wijn leer je bij ons niet als twee vakken maar als één geheel. Hoe een lesweek eruitziet, staat op de pagina over onze leermethode.
De streek waar hij vandaan komt: Trentino-Alto Adige — de wijnen, de gerechten en waarom ze bij elkaar horen.